Slaapproblemen

Iedereen slaapt weleens minder goed. Bijvoorbeeld door stress, zorgen, ziekte of veranderingen in het dagelijks leven. Vaak gaan slaapproblemen vanzelf over. Blijven de klachten langer bestaan of heb je er overdag veel last van? Dan kan het helpen om te onderzoeken wat de oorzaak is.

Op deze pagina lees je meer over slaapproblemen, de mogelijke oorzaken en wat je zelf kunt doen om beter te slapen.

Wat zijn slaapproblemen?

Slaapproblemen kunnen zich op verschillende manieren uiten:

  • Moeite met in slaap vallen.
  • Vaak wakker worden tijdens de nacht.
  • Te vroeg wakker worden.
  • Onrustig slapen.
  • Overdag moe of slaperig zijn.

Iedereen heeft af en toe een slechte nacht. Van een slaapprobleem is meestal sprake als je klachten langere tijd aanhouden en je dagelijks functioneren beïnvloeden.

Mogelijke oorzaken van slaapproblemen

laapproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben, zoals:

  • Stress, spanning of piekeren.
  • Angst of somberheid.
  • Veranderingen in werk- of leefritme.
  • Lichamelijke klachten, zoals pijn of benauwdheid.
  • Alcohol, cafeïne of nicotine.
  • Medicijngebruik.
  • Slaapapneu of andere slaapstoornissen.

Wat kun je zelf doen?

1.

Bouw een routine op

Ga elke dag rond dezelfde tijd naar bed en sta rond dezelfde tijd op. Doe dit ook in het weekend. Zorg dat je maximaal 8 uur in bed ligt.
2.

Zorg voor voldoende beweging overdag

Beweeg minimaal 2,5 uur per week actief. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen, hardlopen, voetballen, fitness, dansen of een vechtsport.
3.

Vermijd cafeïne, nicotine en alcohol in de avond

Drink in de 6 uur voordat je gaat slapen geen koffie, zwarte of groene thee, ijsthee, cola of energiedrank. Of andere drankjes waar cafeïne in zit. Rook ook niet.
4.

Kijk vlak voor het slapen gaan minder naar je telefoon, tablet of televisie

Leg je telefoon, tablet of computer weg 1 of 2 uur voordat je gaat slapen. Het licht van je beeldscherm houdt je wakker. En de dingen die je doet of ziet op je telefoon kunnen je onrustig maken. Zet je tv uit een half uur voordat je gaat slapen.
5.

Ga elke dag een uur naar buiten

Vooral in de ochtend. Maak bijvoorbeeld een wandeling in de ochtend. Draag je buiten een zonnebril? Zet deze dan af en toe af. Genoeg daglicht overdag in je ogen helpt om melatonine aan te maken: een stof waardoor je ’s nachts beter slaapt.
6.

Eet minimaal 2 uur voordat je gaat slapen geen zware maaltijden meer

Iets kleins eten kan wel, bijvoorbeeld wat kwark of fruit.

Wanneer neem je contact op met de huisarts?

Neem contact op als:

  • Je langer dan enkele weken slecht slaapt.
  • Je overdag erg moe bent.
  • Je klachten invloed hebben op werk, studie of dagelijkse activiteiten.
  • Je denkt dat stress, angst of somberheid een rol speelt.
  • Je partner merkt dat je hard snurkt of tijdelijk stopt met ademen tijdens het slapen.

Ouder worden en slaapproblemen

Naarmate je ouder wordt, kan je slaappatroon veranderen. Veel ouderen slapen lichter en worden vaker wakker tijdens de nacht. Dat is meestal niet erg. Heb je echter langdurige slaapproblemen of ben je overdag erg moe, dan is het verstandig om dit met de huisarts te bespreken.

Slaapmiddelen

Veel mensen vragen naar slaapmedicatie. Slaapmiddelen kunnen soms tijdelijk helpen, maar lossen de oorzaak van het slaapprobleem meestal niet op. Bij langdurig gebruik kunnen ze minder goed werken en afhankelijkheid veroorzaken.

De huisarts bekijkt samen met jou welke aanpak het beste past bij jouw situatie.

Afspraak maken