« terug naar vorige pagina

Informatie over de Dense studie

‘Vragen en Antwoorden over de Dense studie’

  1. Om welke vrouwen gaat het hier precies?

Voor borstweefseldichtheid wordt vaak een indeling in 4 klassen gebruikt (zie onderstaande illustratie die de 4 klassen weer geeft).

De gemiddelde Nederlandse vrouw in de screeningsleeftijd heeft een borstdensiteit type b (ACR 2). De vrouwen waar het onderzoek zich op heeft gericht hebben type d (ACR 4) (heel dicht borstweefsel).

Ongeveer 80.000 (van de 1 miljoen) vrouwen die jaarlijks aan het bevolkingsonderzoek deelnemen hebben een type d borstweefseldichtheid.

Vergeleken met de gemiddelde Nederlandse vrouw in de screeningsleeftijd, heeft een vrouw met borstdensiteit type d een ongeveer 2 maal hogere kans op borstkanker. Vice versa heeft een vrouw met borstdensiteit a, een ongeveer 2 maal lagere kans op borstkanker dan vrouwen met een gemiddelde borstdensiteit.

 

  1. Waarom worden niet alle vrouwen met een MRI gescreend op borstkanker?

 

Naar het screenen op borstkanker met behulp van een mammogram is veel onderzoek gedaan. Daaruit bleek dat dit voor de meeste vrouwen een heel effectieve manier is om borstkanker op te sporen.

Voordelen zijn: snel, grote beschikbaarheid, hoge specificiteit, goede sensitiviteit en relatief goedkoop.

Bij vrouwen met dicht borstweefsel is de sensitiviteit van mammografie echter lager en de kans om borstkanker te ontwikkelen hoger.

In Nederland is daarom de laatste 8 jaar onderzoek gedaan naar het uitvoeren van een screenings-MRI, als aanvulling op het reguliere screenings-mammogram, bij vrouwen met heel dicht borstweefsel (DENSE studie).

Daaruit is gebleken dat bij deze specifieke groep vrouwen borstkanker eerder kan worden opgespoord. Het is daarbij goed te beseffen dat bij vrouwen met heel dicht borstweefsel, met het reguliere screenings-mammogram 6 van de 10 tumoren wel worden gevonden.

De inzet van MRI-onderzoek in de patiëntenzorg is een andere keuze dan de inzet van MRIonderzoek binnen het bevolkingsonderzoek. Het gaat dan om MRI-onderzoek voor een grote groep vrouwen zonder klachten met als doel om borstkanker in een vroeg stadium op te sporen.

Iedere test heeft voor- en nadelen, dat is ook zo bij de huidige onderzoeksmethode van het bevolkingsonderzoek en ook bij MRI-onderzoek.

Ten opzichte van de huidige onderzoeksmethode van het bevolkingsonderzoek(röntgenfoto’s) heeft MRI-onderzoek de volgende nadelen:

  1. Het MRI-onderzoek zelf Voor MRI-onderzoek moet contrastvloeistof worden ingespoten. Daarnaast is het niet bij iedere vrouw mogelijk een MRI uit te voeren, bijvoorbeeld bij vrouwen met een pacemaker of bij claustrofobie.
  2. Meer onnodige verwijzingen Het is mogelijk dat een verdachte afwijking op de MRI bij vervolgonderzoek toch geen borstkanker blijkt te zijn. Dit wordt ‘vals alarm’ of een fout-positief resultaat genoemd. Omdat het maken van een MRI een erg gevoelige techniek is, gebeurt dit vaker bij een MRI-onderzoek dan bij een röntgenfoto. Ongerustheid en vervolgonderzoek zijn dan achteraf gezien niet nodig geweest. Vervolgonderzoek wordt meestal als belastend ervaren.
  3. Meer onnodige behandeling Het is mogelijk dat bij een MRI-onderzoek borstkanker wordt gevonden, maar dat de tumor zo langzaam groeit dat de vrouw er tijdens haar leven geen last van zouden hebben gehad. Er vindt dan behandeling plaats die achteraf gezien misschien niet nodig was geweest. Helaas kan nooit van te voren worden vastgesteld bij wie dit het geval is. Bij het huidige bevolkingsonderzoek met de röntgenfoto’s geldt dit voor ongeveer 1 op de 10 gevonden borstkankers. Met het MRI-onderzoek wordt dit aantal mogelijk hoger, dat is nu nog niet bekend.
  4. Afwijkingen in andere organen De MRI screent een iets groter gebied dan de röntgenfoto. Hierdoor kunnen ook delen van andere organen gezien worden. Bijvoorbeeld delen van het hart, de longen of de lever. Hier kunnen ook afwijkingen in gezien worden. Dit kan voor- en nadelen hebben. Zie onder punt 3.
  5. De kosten Een MRI is duurder dan een röntgenfoto van de borsten.

 

 

  1. Welke nevenbevindingen zijn te verwachten met MRI-onderzoek?

 

De MRI screent een iets groter gebied dan het mammogram. Daarom kunnen in sommige gevallen nevenbevindingen gezien worden. Bijvoorbeeld in het hart, de longen of een stukje van de lever. Dat er nevenbevindingen worden gezien die nader onderzoek behoeven komt echter weinig voor. Bij de DENSE studie was dit bij minder dan 1% van alle vrouwen. Het percentage nevenbevindingen dat verder onderzoek of zelfs behandeling vereiste, was nog veel lager. Als MRI in de toekomst onderdeel wordt van het bevolkingsonderzoek zullen hierover vooraf goede afspraken over gemaakt moeten worden.

 

  1. Waarom is echo als screeningsmethode niet ingevoerd in Nederland?

 

Studies naar echo als screeningsmethode laten zien dat bij vrouwen met dicht borstweefsel echo iets meer borstkanker kan opsporen dan een mammogram, maar niet zo goed als met een MRIonderzoek.

Ook echo-onderzoek heeft nadelen, met name een hoger aantal fout-positieve uitslagen dan bij een mammografie.

Echo is nog niet met een gerandomiseerde studie onderzocht in een met Nederland vergelijkbare setting.

 

5.Wordt de densiteit nu al vastgelegd?

 

Kan ik die opvragen? Nee, de densiteit van borstweefsel wordt nu niet vastgelegd bij het bevolkingsonderzoek. Het heeft alleen zin om de dichtheid van borstweefsel te meten als er ook iets met de uitslag gedaan kan worden.

Dat is nu niet het geval. Dit is alleen nog gebeurd in het kader van wetenschappelijk onderzoek.

 

6.Wat doe ik als een cliënt komt met de vraag om een MRI-onderzoek?

 

Dan kunt u aangeven dat MRI-onderzoek een vorm van vervolgonderzoek is, bedoeld voor vrouwen met klachten of andere zwaarwegende redenen (bijv. erfelijke borstkanker in de familie). De specialist / radioloog in het ziekenhuis bepaalt welk type vervolgonderzoek nodig is. Dat kan een MRI-onderzoek zijn, maar mogelijk ook iets anders. Op dit moment is er onvoldoende onderbouwing om MRI-onderzoek breed te implementeren. In de huidige richtlijnen is het hebben van heel dicht borstweefsel daarom (nog) geen indicatie voor MRI onderzoek.